Nederlands StatenVertalings 1715 Bijbel

 

The Book of the Prophet Jeremiah

 

Hoofdstuk 47

 

 

1.

 

Het woord des HEEREN, dat tot den profeet Jeremia geschiedde, tegen de Filistijnen; eer dat Farao Gaza sloeg.

    
 
 

2.

 

Zo zegt de HEERE: Ziet, wateren komen op van het noorden, en zullen worden tot een overlopende beek, en overlopen het land en de volheid van hetzelve, de stad en die daarinwonen; en de mensen zullen schreeuwen, en al de inwoners des lands zullen huilen;

    
 
 

3.

 

Vanwege het geluid van het geklater der hoeven zijner sterke paarden, vanwege het geraas zijner wagenen, en het bulderen zijner raderen; de vaders zien niet om naar dekinderen, vanwege de slappigheid der handen;

    
 
 

4.

 

Vanwege den dag, die er komt om alle Filistijnen te verstoren, om Tyrus en Sidon allen overgeblevenen helper af te snijden; want de HEERE zal de Filistijnen, het overblijfsel deseilands van Kafthor, verstoren.

    
 
 

5.

 

Kaalheid is op Gaza gekomen; Askelon is uitgeroeid, met het overblijfsel huns dals; hoe lang zult gij uzelven insnijdingen maken?

    
 
 

6.

 

O wee, gij zwaard des HEEREN! Hoe lang zult gij niet stil houden? Vaar in uw schede, rust en wees stil!

    
 
 

7.

 

Hoe zoudt gij stil houden? De HEERE heeft toch aan het zwaard bevel gegeven; tegen Askelon en tegen de zeehaven, aldaar heeft Hij het besteld. Jeremia 48

    
 
 

Jeremiah 48

 

 

 

 

 
 
HTMLBible Software - by johnhurt.com