Nederlands StatenVertalings 1715 Bijbel

 

The Book of Psalms

 

Hoofdstuk 108

 

 

1.

 

Een lied, een psalm van David. O God! mijn hart is bereid; ik zal zingen en psalmzingen, ook mijn eer.

    
 
 

2.

 

Waak op, gij luit en harp! ik zal in den dageraad opwaken.

    
 
 

3.

 

Ik zal U loven onder de volken, o HEERE! en ik zal U psalmzingen onder de natien.

    
 
 

4.

 

Want Uw goedertierenheid is groot tot boven de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken.

    
 
 

5.

 

Verhef U, o God! boven de hemelen, en Uw eer over de ganse aarde.

    
 
 

6.

 

Opdat Uw beminden bevrijd worden; geef heil door Uw rechterhand, en verhoor ons.

    
 
 

7.

 

God heeft gesproken in Zijn heiligdom, dies zal ik van vreugde opspringen; ik zal Sichem delen, en het dal van Sukkoth zal ik afmeten.

    
 
 

8.

 

Gilead is mijn, Manasse is mijn, en Efraim is de sterkte mijns hoofds; Juda is mijn wetgever.

    
 
 

9.

 

Moab is mijn waspot; op Edom zal ik mijn schoen werpen; over Palestina zal ik juichen.

    
 
 

10.

 

Wie zal mij voeren in een vaste stad? Wie zal mij leiden tot in Edom?

    
 
 

11.

 

Zult Gij het niet zijn, o God! Die ons verstoten hadt, en Die niet uittoogt, o God! met onze heirkrachten?

    
 
 

12.

 

Geef Gij ons hulp uit de benauwdheid; want des mensen heil is ijdelheid.

    
 
 

13.

 

In God zullen wij kloeke daden doen, en Hij zal onze wederpartijders vertreden. Psalmen 109

    
 
 

Psalms 109

 

 

 

 

 
 
HTMLBible Software - by johnhurt.com